Het vernielde huis
Tweede Wereldoorlog,  Verhaal

Het vernielde huis

Het felle gedonder van een naderend onweer verscheurde de stilte. Het was niet zo’n onweer die je verwelkomt op een hete zomerdag dit was zo’n onweer die hozende buien meebracht en voelde als onheil.

Diep weggekropen in het vernielde huis met alle lappen en oude kranten om zich heen proberend het vuurtje aan te houden joeg de wind door de opengesperde muren. Het was er akelig koud maar zoveel veiliger dan wat hij ooit thuis noemde.

Thuis waar zijn strenge vader, prachtige moeder en oudere zus hem alles leerde wat hij moest weten. De scholen waren gesloten en als ze al open zouden gaan dan niet voor zo’n jodenjong. De woorden van de nieuwe buurman had hen doen besluiten te vertrekken, maar nog voor ze een ander onderkomen hadden gevonden stonden de schreeuwende mannen voor de deur. Zijn grote zus had hem aan zijn armpje in de tuin laten zakken maar hoe vaak hij ook ging kijken, ze waren nog niet terug.

Tijdens één van die blikken in het verleden was hij opgemerkt door die man die hun mooie spullen weghaalde en was al snel achterna gezeten door een man in uniform. Hij had hem niet gevonden in zijn veilige krot maar het eten wat hij steeds bij beetjes mee had genomen was opgeraakt en wat er nog was had die man vast meegenomen.

Tegen de avond, het werd vroeg donker, was hij toch maar naar het huis teruggegaan. Voorzichtig om zo min mogelijk herrie te maken kroop hij tegen de schutting toen hij iets hoorde. Zachte stemmen passeerden hem op enkele meters, Duitse stemmen wist hij. Ze verstomden maar de voeten leken verder te lopen. In doodsangst bleef hij tegen de schutting zitten tot hij opeens gekraak van hout hoorde en schuin tegenover hem een hoofd verscheen.

17 reacties