Fietsen naar Veghel
Fietsen

Fietsen naar Veghel

Het was één van die mooie dagen het was tandjes koud, maar het licht lokte. Dat heb je als je fotogek bent en dus stapte ik warm aangekleed op de fiets. Ik draag sinds kort een trui tussen mijn langmouwige t-shirt en mijn vest. Is iets nieuws, ik draag nooit jassen en ik droeg nooit truien. Beide ondingen die me beperkingen opleggen die ik niet kan gebruiken bij zowel het fietsen, fotograferen als het leven.

Met een muts op mijn kop, handschoenen aan en nog een extra paar bij me stapte ik op. Had eigenlijk helemaal geen doel voor ogen, maar eenmaal op weg wilde ik naar een soort van stad. Ik zeg met nadruk soort van, want behalve een enorme berg dorpen, heeft mijn omgeving twee lelijke steden aan de ene kant en een soort van stad aan de andere waar ik heel wat liever kom. Veghel dus. Het is niet zo heel groot en ik weet waar het ligt. En dus verliet ik de doorgaande weg om de goede kant op te fietsen. Van die mooie landweggetje, waar de koetjes op een paar meter langs je staan te grazen, gigantische boerderijen de omgeving bepalen en zowel de tractoren als de SUV’s met meer dan 60 langs je heen razen. Ook als het niet kan.

Groot nadeel aan mijn beperkte fietskilometers is dat ik nog niet altijd precies weet waar wegen heen gaan. Zo ook deze, ik reed echt de goede kant op maar tussen waar ik heen wilde en waar ik was zat nog een kanaal. Wist ik hoor, helaas boog de weg rechts waar ik links wilde. Alleen links was een nogal modderig onverharde weg en dus mopperde ik met de weg mee totaal de verkeerde kant op.

Overigens stopte ik acuut met mopperen toen ik de foto zag die ik bovenaan deze blogpost plaatste. Moest ik nog even heel hard voor door fietsen, nog vlotter met mijn dikke kont van de fiets komen en daarna in de hoogste versnelling mijn camera grijpen en instellen. Dat is toch wel een groot nadeel aan elektrische fietsmensen, ze zijn me verdomme vlot. Ik vervolgde mijn weg, keek nog eens naar de hier en daar nog bevroren grassprieten en naderde al snel één van de bruggen in deze omgeving. Ik had maar een paar kilometer omgereden en had het laatste stukje wat harder gereden om weer warm te worden.

Ook al totaal zinloos uiteraard want de brug moest net voor mijn neus open. Ik sloot aan naast een moeder met kindje achterop haar fiets die me onderzoekend aankeek en daarna ‘die mevrouw rookt’, tegen zijn moeder zei. Die keek me met grote ogen aan, ‘jij ook kleine man’, zei ik hem. Moeder ademde weer rustig toen ik de brug over- en nu figuurlijk de goede kant op stoomde.

De route leidde me langs de grote weg, onder een rotonde die naar Helmond gaat, verder naar waar ik een mooi fietspad langs Zuid-Willemsvaart en doorgaande weg wist. Klinkt misschien niet helemaal aanlokkelijk, maar het fietst wel makkelijk. Ik kwam langs een vrachtwagenparkeerplaats die ik nog nooit leeg had gezien en passeerde nu ook het bruggetje wat ik eigenlijk had willen nemen. Het gaf niet, het weer was prachtig, het licht nog mooier en ik kwam er toch wel. Vanaf hier was het rechtdoor en dan zou ik onder de brug doorrijden waar ik in september 3 keer over ben gefietst. Helaas bedacht ik me en sloeg ik af toen ik een mooier fietspad trof.

Ik dwaalde tussen afgeschoren rietkragen door, keek over lege weilanden en voor ik het wist was is in Veghel. Ik fietste langs de Aa, stond stil op de Noordkade, reed langs een vaker besproken monument, keek hoe de ijsbaan werd opgebouwd en met een blikje drinken en een vers broodje verliet ik deze kleine fijne stad weer. Want fietsen naar Veghel is leuk, maar naar huis daar had ik ook wel weer zin in.

18 reacties