WO2 verhaal: De zakdoek

WO2 verhaal: De zakdoek

Opa vertel nog eens over de oorlog. Och m’n jong ik heb je alles al verteld. Teleurgesteld schenkt hij me een meewarige glimlach een geluidje uit zijn telefoon leidt hem voor even af maar brengt me onbewust terug naar waar mijn lieve kleinzoon zo graag over hoort. Zijn kennis en interesse waren al heel vroeg in zijn leven boven gekomen en sindsdien verslond hij boeken. Ik had liever dat hij andere boeken dan over de oorlog las maar wie ben ik om dat te bepalen.

Ik keek naar hem en zag ik zijn donkere lokken en diepbruine ogen het joch wat ik ooit was en terwijl hij nog naar zijn telefoon staarde begon ik te vertellen wat ik hem nooit helemaal wilde vertellen, ik wist hij zou blijven vragen alsof hij wist dat ik iets verzweeg. Hij keek me aan met zijn verwachtingsvolle ogen en ik stak van wal.

Ik was 9 toen de eerste kinderen uit mijn klas verdwenen. Met ons achternaam waren we niet als eerste aan de beurt maar de zaken gingen slecht. De kruidenierszaak van mijn ouders mocht alleen bezocht worden door joden maar het leven was niet leuk voor mijn ouders en mij. Ik was enig kind gebleven geheel tegen mijn ouders wens in, maar in de oorlog was het een voordeel. Mijn ouders zochten een onderduikadres voor ons drieën maar uiteindelijk kwam ik apart in een gehucht bij Zwolle terecht. Achteraf begreep ik pas hoe weinig geld ze hadden, zo weinig dat ze kozen om mij veilig te laten onderduiken maar daarmee tekenden ze voor zichzelf. Ik hield even in en keek naar mijn kleinzoon die maar net ouder is dan ik toen was. Ademloos kijkt hij me aan maar zegt niets.

Omdat er nooit mensen kwamen had ik betrekkelijk veel vrijheid. Ik werd geacht, ook als knul, te helpen in huis en in de tuin. De oudere kinderen gaven mij hun huiswerk zodat ik bij kon blijven, het leven was er goed. Ik miste mijn ouders maar mijn pleeggezin behandelde me als gelijke.
Op een zondag hoefde ik niet mee naar de kerk, thuis hadden we niet veel aan het geloof gedaan daar hoefde ik het ook niet en dus was ik zondag alleen thuis met de hond. Ik wandelde mijn pleeggezin graag tegemoet als ik de kerk uit hoorde gaan. Het kalme geluid van te kerkbellen was een vertrouwd geluid, ik ben geboren naast een kerk. Die is zwaar gebombardeerd met het bombardement op Nijmegen en later gesloopt.

Ook deze zondag liep ik mijn pleegouders tegemoet het was een zondag als alle andere tot ik de weg passeerde. Nu zou je straatje of weggetje zeggen maar dat was toen de doorgaande weg en terwijl ik de hond riep naderde achter mij een patrouille met Duitsers die de kleine kring aan huizen begon te doorzoeken. Ik greep de hond knoopte mijn zakdoek aan zijn halsband en stuurde het schooiertje naar huis. Ik kwam niet ver, ik kende de omgeving niet en kroop diep weg in het kreupelhout. Terwijl ik mijn surrogaatfamilie zag naderen de ontsteltenis was op hun gezicht te lezen maar ze konden niets doen. Een deel van hun huisraad lag buiten en zodra de moffen hun in het oog kregen richtte ze hun wapens op hun kinderen.
Op het pleintje rond de dorpspomp werden diverse mannen onder schot gehouden. Ik herkende hen niet maar blijkbaar waren ze op zoek naar onderduikers en wisten ze precies waar ze moesten zoeken.
Trillend en huilend keek ik naar de familie die zo goed voor me was geweest te laat hoorde ik de naderende herder die aansloeg en terwijl ik weg probeerde te rennen werd ik al vastgegrepen.
Achteraf had er een schuilplaats moeten zijn voor mij, die moffen kwamen niet voor een 9-jarig joods kind maar voor die mannen die in het verzet hadden gezeten of de Arbeitseinsatz waren ontvlucht.
Ik zweeg even, dat zijn meest jongens en mannen die moesten gaan werken in Duitsland, ‘weet ik opa vertel verder’.

Met een wapen in mijn nek werd ik langs mijn pleegfamilie geleid. Ze ontkende mij te kennen, wat me toen vreselijk pijn deed, maar mijn pleegmoeder wist me de zakdoek toe te spelen er zat een knikker in en een pepermuntje. De zakdoek was er één van haar geweest, een geborduurde die bloemetjes sierde. De oudere knullen hadden me er die morgen mee geplaagd maar het was de laatste schone. De zakdoek had een teken moeten zijn dat ik weg was maar wat wist ik van vluchten. Ik stond als joch in korte broek en hoge kousen met mijn handen omhoog en werd even later de haastig geparkeerde open truck ingegooid. Met mijn grote neus, donkere krullen en diepbruine ogen was ik overduidelijk joods en ik werd dan algauw van de andere mannen gescheiden.

Wat is er met die mannen gebeurd opa? Ik schrok van zijn vraag maar hij wist feilloos waar ik liever iets oversloeg. Met een diepe zucht keek ik hem aan, na de oorlog ben ik te weten gekomen dat ze die dag nog voor het vuurpeloton stonden Samuel. Na de oorlog zijn hun lichamen geborgen, mijn pleegfamilie heeft altijd gedacht dat ik er één van was maar de moffen zaten overduidelijk met mij in hun maag. Ze hebben me over proberen te halen te vertellen waar mijn ouders ondergedoken zaten, maar dat is me nooit verteld en ben ik nooit achter gekomen.

Die avond werd ik afgeleverd bij Westerbork. Van die avond herinner ik me alleen de slagboom de felle lamp en het prikkeldraad nog. Ik kwam in een barak met andere kinderen terecht de leidster was streng maar we hadden plezier. We sliepen, aten en speelden met elkaar. Maar al na een paar dagen werd ik ernstig ziek. Ademloos keek mijn kleinzoon me aan, ook dit had ik hem nooit verteld. Ik had werkelijk vreselijke pijnen echt vreselijke buikpijnen. Pas na een dag waar ik me niets van herinner werd ik in Groningen naar het ziekenhuis gebracht waar mijn ontstoken blindedarm werd verwijdert. Een dokter heeft me daar zo zwaar verdoofd dat de Duitsers dachten dat ik dood was. In plaats van terug naar Westerbork en uiteindelijk één van de kampen in het oosten, liet de dokter me na de operatie opnieuw onderduiken. Ook dat waren goede mensen maar ik mocht niet buiten zat hele dagen in een speciaal getimmerd kamertje. Ik verslond elk boek wat me werd gegeven. Net als jij. En maakte daar de bevrijding mee.

Wat gebeurde er toen opa?
Dat weet je wel.
Vertel het toch maar.

Ik bleef daar dus ondergedoken tot de bevrijding. Pas daarna begon het lange zoeken naar mijn ouders. Toen had je geen internet, mijn naam en die van hun stonden op een lijsten van het Rode Kruis. Pas na een half jaar kwam Tante Jo me ophalen. Zodra ze wist dat ik nog leefde was ze op zoek naar me geweest en geheel buiten mijn weten hadden mijn toenmalige Groningse pleegouders haar uitgenodigd. ‘En wat zei u opa toen u de deur open deed?’ Ik heb uw zakdoek nog maar dat pepermuntje heb ik opgegeten.

18 thoughts on “WO2 verhaal: De zakdoek

  1. ha die Liesbeth
    ja zijn ze niet prachtig die kinderuitspraken :)
    wat zei de kat , rabbel maar ff achter m’n oortjes :)
    ik was ff op de fiets wat oud spul wegbrengen naar de stort , kwam droog heen en weer , morgen weer een ritje :)
    het weer , ja we wachten het maar af
    geniet de dag

  2. Ik vond de ‘spokenword-artieste’ op de Dam gisterenavond een erg sterke tekst hebben.. en daarin kwam ook voor dat er nog héél veel verhalen te vertellen zijn.. die we nog niet gehoord hebben, maar dat die wél verteld moeten (blijven) worden. Dit is een mooi voorbeeld daarvan.

  3. Vertel de verhalen van wat is gebeurd, leerzaam voor de volgende generaties.
    Het is goed te blijven herinneren welk offer onze vrijheid, die we nog steeds hebben horen te gedenken. Hans

Comments are closed.

Dat mag niet.