Pasgeleden kwam mijn goede buurman aanlopen en vroeg of we geen last hadden van zijn haan. Opeens herinnerde ik me dat ik de haan gehoord had en enigszins suf constateerde ik dat die wel heel dichtbij klonk. Veel meer dan dat herinnerde ik me niet en dus bevestigde ik dat we geen last hadden van de haan noch van de kippen of kinderen en dat dat best mocht want dan kon ik de muziek achter het huis wel eens wat harder zetten dan medium burengerucht.

De buurman vond alles goed en wees toen op zijn aftandse maar o zo fotogenieke kippenhok en toen op zijn scharrelhaan. We hebben een nieuwe haan en die wil niet echt in het hok blijven. Onderwijl liep de haan over het veld trappelde wat en stond even later aan een wel heel lange worm te sjorren.

Bedaard keken we ernaar toen één der kippen ook de kuierlatten had genomen en zich aansloot bij de haan, dat snap ik dan niet hè ben je eindelijk vrij sprint je als een gekke kip naar een vent. Een volgende lange worm werd uit de grond geharkt en verdween in de kippenkop. Of hier zitten gewoon de beste wormen, dat kan ook. Met een joviale groet nam de buurman afscheid en wandelde weg met zijn hond waar we ook al geen last van hebben.

Ik bleef nog even naar de kip en haan kijken, goed leven hebben die. Van al die sappige wormen komen vast hele lekkere eitjes. Want bedenk goed lieve volgers, scharreleitjes zijn geen kippetjes die buiten lopen, scharrelen klinkt als aan een worm sjorren en zonnebaden in het zand maar is niets anders dan een overdaad aan kippen in een treurige megaschuur en van kippetjes die van daglicht niet weten. En als ze na zo’n 300 eitjes uitgelegd zijn worden ze zielloos vervangen en niet tot moes maar tot separatorvlees gehakt. Geef me daarom maar vrije-uitloopeieren, scharrelkippen en ach waarom ook niet een scharrelhaan onder mijn slaapkamerraam.
Scharrelhaan