
Walcheren Zeeland, na het museum in Westkapelle rijden we een paar kilometer naar het autostrand. We voeren de meeuwen en ik betaal braaf de belachelijke parkeerkosten. Ik heb het er wel voor over, ik loop niet makkelijk en ben echt te beroerd om over duinen te klimmen door mul zand. Maar mijn poezelige teentjes hebben nood aan een zout bad en dus mopper ik mijn geld in de automaat.
Vlot parkeert Vriendlief de vitara bekant op het strand en begin ik me om te kleden. Verwacht mij niet in een badpak, als ik er ooit weer één koop dan wil een zwarte met wit aan de zijkant zodat ze me gepast terug kunnen duwen in zee. Ik haat badpakken en ga met korte broek en slippers aan het strand over. Ik ben niet preuts, noch kleinzerig maar wel erg onhandig en ook een pechvogel. Ik hoef geen door andere achtergelaten afval zoals glas of blik in mijn poot. Aan de waterlijn, maar niet te dichtbij laat ik mijn slippers achter en voor de rest is het genieten.
Ik heb alleen mijn telefoon en kleine camera bij en negeer de mensen om me heen. Ik hoor alleen vooral Duits geef ze eens ogelijk wat een prachtplek. Onderwijl geniet ik dermate van de zee die mijn poezelige teentjes verzorgt, dat een paar van hen herkennen hoe ik er van sta te genieten. Ze groeten me dan ook vrolijk als ze me passeren. Het water is warm, het zand scrubt los wat nodig was. Veel tijd heb ik niet, heb ik ook niet nodig. Een kwartier of wat en dan haal ik mijn slippers op, poedel nog één keer en vertrek naar de auto. Vroeger was ik kampioen omkleden en zonder zand de auto instappen maar die tijd is voorbij. Ik trek mijn gewone kloffie weer aan maar zie nog kans een boekfoto te maken voor een reservenazi kan komen zeiken over de verlopen tijd op het bonnetje.
Vriendlief parkeerde zo fanatiek dat we niet meer wegkomen, deels wel maar met te weinig grip voor de stenen. Te vaak probeert hij, verstoort ieders rust en net wanneer hij uitstapt om fourwheeldrive mogelijk te maken komen twee jonge gasten aanlopen. Vriendlief minstens twee keer zo oud, spolt door het zand en ik grijns onderwijl met duim en wijsvinger aangevend hoe klein een bepaald onderdeel van hem is. De kerels schieten keihard in de lach en terwijl Vriendlief uitstapt zien we beide dat ze een schepje bij zich hebben en snel in hun achterbak willen gooien. Ze hadden ons willen helpen met uitgraven, de schatten. Uiteraard herkennen we het schepje, het is een Duits ding uit de oorlog en ze beginnen zich meteen te verontschuldigen, het was van opa. Ik vind het werkelijk prachtig dat ze zoiets bewaren en wuif hun verontschuldigingen weg. Schepjes werden gebruikt door soldaten en over deze twee mag overgrootvader heel tevreden zijn.













Mirjam Kakelbont zegt
Je hebt letterlijk pootje gebaad! Wat attent dat de Duitsers jullie wilden komen helpen. Dat ze zich verontschuldigen hoeft toch niet meer? Zowel lief als humor dat ze het schepje van opa hebben bewaard. Dat onderdeel van Vriendlief was zeker zijn grote teen (-:
Aukje zegt
Heerlijk met je voeten in het water🌞
Audrey zegt
Grappig dat dit echt letterlijk pootje baden is. Even snel in het water en dan weer weg, al ging dat natuurlijk wat minder snel met de autostrubbelingen… Mooi, die schep!
fotorantje zegt
Mooie foto’s
Leuk verhaal
Jongeren die zich verontschuldigen voor wat hun opa onder dwang heeft moeten aanrichten, het zijn zeker schatten
rietepietz zegt
Ohhh, ik had wel even naast je willen staan in de zee… ,nou ja staan… dan ga ik ook even zwemmen natuurlijk. Maar je foto’s zijn weer formidabel!
Liesbethblogt zegt
Dat deden ze en dat viel me zeker op, totaal onnodig het is een handig schepje.
Jan K. alias Afanja zegt
Knappe openingsfoto, Liesbeth.
Ik heb mijn schepje uit dienst nog, en dat wil ik ook niet weer kwijt. Altijd handig onderweg.
Sjoerd zegt
Het is wel erg dat je je nu nog steeds moet verontschuldigen om Duitser te zijn. Dat is hier in Zuid-Limburg toch heel anders.
Edward McDunn zegt
Een leuk blog, en de eerste foto is FANTASTICH!!!
Naomi zegt
Wow, die eerste foto! Adembenemend mooi!
Matroos Beek zegt
In de zomer – en vaak ook daarbuiten – lijkt de hele omgeving wel een Duitse enclave. In de supermarkt word je zomaar in het Duits aangesproken. Hahaha, ja, ze brengen niet alleen hun schepje mee, maar ook hun helm (voor op de fiets). Je herkent ze meteen.